Verslag Brasschaat – Bert Van Bogaert

Bert - brasschaatBrasschaat – 26 juni

Om terug wat snelheid te pakken, ging ik naar de recreatieve sprinttriatlon in Brasschaat. Top 5 was het doel, maar ’s ochtends opgestaan met een pijnlijke keel. Dus echt top ging ik niet zijn, de goesting was wel aanwezig.
De zin om alles te geven kreeg jammer genoeg een serieuze deuk toen de wisselvallig zon plaatsmaakte voor een dik wolkendek met sporadisch wat lichtflitsen in. Het begon ook een ‘beetje’ te regenen. Als klap op de vuurpijl waren er enkele seingevers gaan schuilen voor de regen, waardoor deze niet op hun positie stonden en de start moest worden uitgesteld. Uiteindelijk was er welgeteld nog 1 seingever, hoogstwaarschijnlijk in het dichtstbijzijnde café, die niet op post stond. Alleszins waar hij zich schuilhield, was het gezellig want hij stond pas 45 minuten (!) later op zijn positie. Daarbij bleek ook dat die ene verloren seingever op het lange parcours (voor de halve) stond en niet op het korte parcours (voor de achtste), waardoor we eigenlijk al veel eerder hadden kunnen vertrekken. Om het helemaal af te toppen, kregen we een fiks onweer boven de E10-plas op het moment dat we groen licht kregen van de politie. Weer wachten geblazen…
Zoals gewoonlijk mochten de dames voorgaan. Wat niet zo gebruikelijk was, was het korte interval van 60 seconden tussen de damesstart en de herenstart. Het gevolg kan u al raden…
Een kleine 50m gezwommen en we hadden de eerste ‘boei’ (laatste dame zwom met een veiligheidsboei) al te pakken. Zo’n 100m verder, net op het moment dat we de keerpuntboei moesten ronden, zaten we in het wasmachientje van de dames. Hierdoor konden enkele heren een gat slagen en zat ik in de achtervolging. Op het droge zag ik de eerst heren hun helm opzetten en wist ik dat ik dus zeker niet bij de eerst groep op de fiets zou kunnen springen. Na wat gesukkel met mijn wetsuit, kon ik eindelijk op mijn fiets springen.
Maar de benen voelden als lood aan, de regen kletterde nog op de helm, de goesting om nog eens vol door te gaan was helemaal in de schoenen gezakt. Pas na 8km moederziel alleen te hebben gefietst, kreeg ik wat gezelschap om het leed te verzachten. De eerste 6 atleten waren gaan vliegen en die gingen we niet meer terugzien. Na T2 moesten mijn waterklompjes me nog door een bosrijk loopparcours van 5 km loodsen, maar het lopen voelde niet zo soepel aan als in Luxembourg.
Uiteindelijk werd ik 7de in een tijd van 1h 01m 33s. Diepgaan kon ik niet, mogelijks is mijn lichaam nog op iets anders aan het broeden. Dus de eerste dagen ga ik het rustig aandoen, om dan terug de trainingsarbeid op te krikken richting T³-Vilvoorde.