Verslag Viersel – Bert Van Bogaert

Viersel
25 augustus

Vorig jaar had ik het seizoenseinde links laten liggen gezien ik eind augustus alleen op het werk sta en er van trainen niet veel sprake is. Ook dit jaar waren er slechts 4 trainingen op 3 weken, de fitheid was dus ver te zoeken. Maar uiteraard hield dat me niet tegen om relatief vroeg paraat te staan in Viersel. Na het ophalen van de nummer en klaarmaken van de fiets, ging ik naar de wisselzone die om 9.00u zou open gaan… Jammer genoeg was er een organisatorisch probleempje met de opstelling van de wisselzone en konden we pas 9.30u de fiets op z’n plaats zetten. Het startschot werd hierdoor sowieso een kwartiertje verlaat.

Om 10.30u was het dan zo ver, we mochten te water in een kanaal van 23.5° m.a.w. non-wetsuit swim. Ik had me wijselijk helemaal rechts gelegd om niet in het gedrum van de massa terecht te komen. De start ging nog relatief goed en kon ik mezelf aan het staartje van de eerste groep positioneren. Ging lekker, dacht ik…
Maar langzaamaan begon ik de voeling met die groep te missen. Ik keek een keertje achterom en zag een groot gat (± 15 à 20 m) naar de achtervolgende groep. Hier zat ik wel safe, dacht ik…
Niet veel later, zo’n kleine 100m (we waren nog niet eens voorbij het 500m punt), werd ik al bijgehaald door het groepje achter mij. Aanpikken was de boodschap maar het water leek gewoon doorheen mijn vingers te glippen. En moest ik gewoon een poging doen om verder te spartelen en de schade te beperken. Uiteindelijk kon ik dan als 16de aan wal kruipen.

Foto: Chris Hofkens

Met een relatief snelle wissel zat ik vrij snel op de fiets, mijn poging om een steady state ritje te maken werd gestart. Goed tempo houden was de insteek en vooral,… mijn eigen wedstrijd rijden. Jammer dat er toch hier en daar groepjes ontstaan waarbij je de atleten gewoon ziet ‘ronddraaien’ op een niet reglementaire afstand.
Achja, laat ze maar doen… De eerste 32 km gingen relatief goed aan 240 normalized power, maar nadien hadden de beentjes precies niet veel zin meer in het fietsen en moest er nog gelopen worden.

Foto: Carl Daems

Om de voetjes te beschermen werd er gekozen om sokken aan te schieten, hierdoor was de wissel iets trager dan mijn gewoonlijke ‘snelle’ wissel. We moesten nog 10 km lopen en volgende week staat er nog Balen op het menu (hopelijk niet met kleine b, gezien ik de nacht voordien van wacht zal zijn). Ondertussen was de zon al aardig opgeschoven en flirtte de temperaturen rond de 30° C. Al snel merkte ik dat de loopbenen dezelfde lijn doortrokken als de fietsbenen, weinig kracht en weinig souplesse. Harken werd de boodschap, strompelen van drinkpost naar drinkpost. De eerste ronde ging dat nog redelijk om me lopende te houden, maar bij het ingaan van ronde 2 miste ik het bekertje en het resultaat liet niet lang op zich wachten. Een klein kilometertje verder begonnen de beenspiertjes onvrijwillige contractuurtjes te doen, het signaal om even op de rem te gaan staan en de hartslag te laten zakken. Mijn hartslagmeter was echter compleet de kluts kwijt en noteerde waarde van 223 die in rust naar 243 opklommen, mogelijks een platte batterij ofwel had hij last van een zonneslag… Na een minuut of twee leken de krampen wat weg te zijn getrokken en trok ik mezelf weer voorzichtig op gang. Juist de laatste kilometer kon ik het tempo weer wat opkrikken en enkele atleten terug inhalen, maar met 46m41s kan ik niet echt tevreden zijn. Uiteindelijk kwam ik als 39ste over de meet in een tijd van 2u17m58s. In vergelijking met 2016 is dat een kwartier extra ‘plezier’…