Verslag Meer – Bert Van Bogaert

Meer – 3 juni

Net als vorig jaar stonden er in Meer heel wat Trillers aan de start. Dit jaar had mezelf eveneens ingeschreven om het seizoen een beetje op gang te trekken, gezien ik eind juni de 1/3de van Brasschaat had gepland en toch wel enkele wedstrijdkilometers in de benen wou hebben. De zon zorgde voor stevige temperaturen van meer dan 30°. De afgelopen keren dat het zo warm was tijdens een inspanning, is me dat niet zo goed bevallen. Achja, als de zon schijnt, dan kan een mens niet meer dan tevreden zijn.

De dag zelf begon ik te twijfelen of ik het nog wel zou kunnen: zo’n kwartje afwerken. De trainingsarbeid ligt al geruime tijd op z’n gat en de laatste wedstrijd met zwemmen-fietsen-lopen dateert al van ergens in augustus 2018. Gho, wat vliegt de tijd… Desalniettemin had ik er wel zin in, niet zozeer om te presteren maar meer om me te amuseren. Ook een reden waarom ik geen fietscomputertje mee had op de fiets…

Foto’s: Trijn Teun

Na een goeie laag zonnecrème en het geknoei met de wetsuit, die ik de week voordien nog van het droogrek moest halen nadat die daar sinds augustus vorig jaar hing te drogen, stonden we met zo’n 250 atleten in de startbox. Ik voelde me daar in die bakkende zon een soort papillot dat klaar was om geserveerd te worden…
Het pistoolschot op zo’n 2m van mijn linkeroor, zorgde ervoor dat de massa richting water vertrok. Die eerste 100m had ik het gevoel op de massa verder te drijven, geen klop gezwommen maar toen ik eindelijk wat water kon pakken was ik wel al halverwege richting de boei. De overige meters heb ik zeer behouden gezwommen om zeker voldoende energie over te houden voor het fiets-en loopgedeelte. Daarbij was het de eerste keer dat ik weer een wetsuit aanhad en vorige jaren konden mijn armen dat maar moeilijk trekken.
Als 12de kon ik het water na 14min40s verlaten, geen spectaculaire tijd. In de wisselzone kon ik met een snelle wissel (3de tijd) het gat op het voorliggend groepje dichten.

Het fietsen was volledig op reserve, getuige hiervan is de NP van 161Watt. Persoonlijk had ik verwacht dat er meerdere atleten me zouden voorbij zoeven in de 3de ronde. Maar uiteindelijk hebben er per ronde me zo’n 5 personen ingehaald. Het grappige is wel dat ik bij ronde 3 de indruk kreeg dat ik dichter en dichter bij Simon kwam. Wat op zich raar is, gezien Simon veruit een beter fietser is als mezelf. Na 1u00m35s had ik de 37.3km gefietst en moest ik de loopschoenen aantrekken. Opnieuw had ik een vrij snelle wissel (12de tijd) om de 10km lopen aan te vatten.

Foto’s: Trijn Teun

Niet veel later nadat ik was vertrokken, kwam ik dus inderdaad Simon tegen, die het tempo al zienderogen had laten zakken en er een stevige IM-training van had gemaakt. Ikzelf had mezelf bij iedere bevoorrading goed voorzien van sponsjes om me te kunnen afkoelen. In die eerste ronde kwam ook Tim Brydenbach me al voorbijgestoven, eventjes heb ik aangepikt om mezelf tijdens het aannemen van een drankje hierin te verslikken (zowel het tempo als het water…). Voorts bestond de 10km er vooral in om te doseren en het lichaam goed af te koelen, halverwege de wedstrijd was er een tekort aan sponsjes en waterbevoorrading. Gelukkige had ik mijn 2 schoudersponsjes nog die ik dan bij de sproeiers en de kletsjes water die ik kon vastgrijpen, probeerde af te koelen. In de 3de ronde kwam Tim Baelus me voorbij tijdens zijn laatste ronde, opnieuw probeerde ik aan te pikken en opnieuw verslikte ik me in het tempo en de drank. Hierna had ik een steekje ergens hogerop in de rechterborst, waarschijnlijk een spiertje dat in kramp was geschoten. Jammer genoeg moest ik het tempo hierdoor wel weer terugschroeven.

Uiteindelijk kwam ik als 31ste over de meet met iets meer dan 2u op de teller. ’t Was plezant 🙂 en nu op naar de 1/3de van Brasschaat.