Verslag Leuven – Bert Van Bogaert

Leuven – 20 mei

Nu de zon opnieuw meer zichtbaar is en de bomen opnieuw hun groen blad hebben, wordt het voor ons ook weer tijd om ons te storten op het triatlon.
Eerste wedstrijd op de agenda: de 7ty.3 Leuven. Mijne 3de halve ooit…
Zwemmen in de plas van Rotselaar, een gevarieerd fietsparcours en afsluiten met 3 mooie looprondes.
In de voorbereiding hadden we zo’n 7 zwemsessies, 2513km op de fiets en 473,14 loopkilometers op de teller staan.
Daags voordien nog snel even de nodige gram koolhydraten berekend en dan zondag met veel zin, maar totaal niet voorbereid naar de start. Mijn doelstellingen waren simpel:
1) zwemmen niet piependood zitten na 1900m
2) zo’n 230-240 Watt fietsen om binnen te zijn rond 2u30
3) de afsluitende 21 km rustig vertrekken en iedere ronden lichtjes progressief met een gemiddeld tempo van 4:30
4) totale eindtijd ideaal sub 4u30, realistisch eerder iets van 5u00…
5) having fun!
Nadat alles keurig was gestockeerd in de wisselzone, deed ik voor de 2de keer mijn wetsuit aan. De eerste keer was daags voor de wedstrijd om nog eens te kijken of ‘het nog paste’. Het fluitsignaal weerklonk en zo’n 270 atleten liepen vanop het strand richting de eerste boei. Het zwemmen ging vrij comfortabel, waardoor ik de 2de ronde nog enkele plaatsjes kon opschuiven. Als 17de kon ik het water verlaten in een tijd van 27m07s. Niet slecht om zo weinig te trainen 😊.
Na een snelle wissel (6de tijd), was het 83 km fietsen geblazen met 3 klimmetjes, waarvan 2 vrij pittig. 2/3de van het fietsproef ging vrij goed en had ik nog een degelijk wattage kunnen trappen. Maar het laatste rondje was het duidelijk dat de hoeveelheid kilometers nog niet echt in de benen zat en reed ik binnen op een tijd van 2u29m16s (met 229 NP). Dit komt neer op een gezapig gemiddelde van 33.6 km/u.
Voor het lopen had ik besloten om eens sokjes aan te doen in de hoop geen miserie met mijn voeten te krijgen. Bij vertrek werd al duidelijk dat zowel mijn hartslag- en cadansmeter het lopen niet meer zagen zitten. Enkel op tempo, tijd en kilometers werd er gelopen en uiteraard op het gevoel. Net voor het binnenrijden van T2 had Mario mij ingehaald. We vertrokken samen uit T2, maar ik liet hem vrij snel gaan in de eerste ronde. De benen hadden er nog niet veel zin in. Na de eerste doortocht had ik een gemiddelde van 4m38/km. Tijdens de 2de ronde krikte ik het tempo lichtjes op en zakte het tellertje naar 4m34/km. Niet veel later kon ik opnieuw Mario inhalen en voorbij steken, maar blijkbaar was mijn tempo niet hoog genoeg. Want naar het einde van de 2de ronde kwam Mario opnieuw voorbij en dit maal moest ik hem laten gaan. De bovenbenen begonnen ook wat tekens van vermoeid te tonen en om krampen te voorkomen hoopte ik dat een beetje wandelen en losschudden soelaas zou brengen. Spijtig genoeg was dit foutief gedacht want bij kilometer 18km deden de krampen me opnieuw verplicht wandelen. Na enige tijd kon ik weer verder, maar moest nu en dan toch wel een 100-tal meter wandelen om de spieren wat rust te gunnen.
Mijn loop- en wandelbenen brachten me in een tijd van 1u42m21s naar de meet om de eindchrono af te klokken op 4u41m01s.
Over het algemeen ben ik best tevreden, alleen bij het fietsen en lopen mocht de wedstrijd net 1/3de korter zijn 😉. Volgende op het programma: de kwart in Beernem. Ben eens benieuwd…