Verslag Hel – Sam Van Gerwen

Kasterlee – 16 december

Er wordt wel eens gezegd dat Kasterlee een sportieve gemeente is. Inderdaad, aan sportieve evenementen is er geen gebrek. Maar er is slechts één wedstrijd die er echt toe doet en dat is de Hel. Wie zich echt wil onderscheiden van zijn medeburgers heeft slechts één wedstrijd in zijn agenda met rood omcirkeld. Wie deze wedstrijd uitdoet verheft zich zijn status in het dorp.

Een jaar geleden ben ik naar deze wedstrijd komen kijken om deze helden een keer aan het werk te zien.  Een rare kronkel in mijn hoofd heeft toen beslist om het jaar erop ook aan de start te staan. Een dag later werd ik alreeds met de eerste problemen geconfronteerd. Ik bezit helemaal geen MTB, ik heb nog nooit verder gefietst dan 120km en ik heb nog nooit een wedstrijd gedaan die langer duurde dan 2,5 uur.
Fast forward dan enkele maanden later. Ik bezit een MTB en kan daarmee ondertussen vlot tochten van 120 km rijden. Mijn besluit staat vast, de inschrijvingen gaan open en na het neerleggen van een luttele 125 euro om een dag te mogen afzien, is er geen weg meer terug. Eerste volgende stappen: het opstellen van het trainingsschema en het zoeken van een begeleider. In oktober gaat de riem er normaal enkele weken af, nu wordt het trainingsvolume meer dan verdubbeld. Als begeleider valt mijn keuze al snel op Bert: sport in het hart dragend, rustig in alle omstandigheden, ruime kennis van duursport en moest ik tijdens het lopen in elkaar zakken dan is medische bijstand onmiddellijk nabij.

De zware trainingsweken zijn in oktober aangebroken. Hulp van de kinesist wordt er bijgehaald voor mijn ondertussen overbelaste kuiten en enkel. Een voedingsplan wordt opgesteld. De wasmachine kreunt onder de bergen sportkleren die elke week gewassen moeten worden. Alles in mijn dagelijkse leven staat in het teken van de Hel. Alle activiteiten die mogelijk zijn, worden al lopend of al fietsend uitgevoerd. Eten op de fiets, werk voorbereiden al lopend, slapen dat kan nog in bed. Ondertussen heb ik voor enkele maanden een vrijstelling kunnen versieren van de meeste huishoudelijke taken (hoera!).

Op 16 december is het dan eindelijk zover. Om 5 uur in de ochtend gaat de wekker. Als ik nu opsta dan is er geen weg terug meer. Bij een blik door het raam, komen de eerste vloekwoorden van de dag naar boven. In de nacht is het beginnen sneeuwen. Uitgerekend de eerste keer deze herfst op de dag van de Hel. Om 6.30 uur rij ik heel voorzichtig naar de startplaats aan de sporthal, me voegend bij de andere Trillers die mee doen. Bibberend van de koude, maar voornamelijk van de spanning. Toch nog even een achtste keer de dagplanning overlopen voor de start.

Om 8 uur nodigt de duivel ons uit om zijn uitdaging aan te gaan. Een vuurpijl wordt afgeschoten, het startschot gaat af. Nog snel iedereen rond mij succes wensen en mezelf nog eens inpeperen dat aankomen belangrijker is dan de plaats in het klassement. Vervolgens dan letterlijk door de poort de hel in. Doel van de eerste 15km: doorlopen om voor 9.15 aan het fietsen te beginnen. Het geplande tempo van 4’30’’/km moet ik laten zakken tot 4’40’’/km door de sneeuw die alle wegen glad heeft gemaakt. Na twee kilometer kom ik alreeds de eerste opgever tegen. Halverwege word ik gewaar dat ik op trek voor een groepje. De Duivel in mij komt naar boven en ik prik er af en toe een tempoversnelling in. De dag is lang, je moet het plezier ergens uithalen. Na 1 uur en 6 minuten duik ik de warme wisselzone in voor mijn traagste wissel ooit. Een hele berg kledij ligt klaar inclusief waterdichte sokken, waterdichte handschoenen en waterdichte overschoenen. Wie het figuur heeft van een panlat, moet er zich naar kleden. Kledij uitdoen kan altijd.

Goed ingeduffeld beginnen we aan 5 ronden van 24km. De fietsronde ken ik ondertussen als mijn broekzak en zou dus geen verassingen mogen opleveren. Hoewel…De sneeuw smelt intussen en sommige delen van het parcours liggen er zwaar bij. Dat zal zo aanhouden tot in de vijfde ronde wanneer het gehele parcours is omgevormd tot een grote modderbrij. Na de eerste fietsronde kom ik binnen en word aangemoedigd door wel heel veel mensen. Trillers, vrienden en kennissen, vrienden van vrienden en kennissen. De hel is een volksfeest geworden en de aanmoedigingen doen deugd. In de tweede ronde vraag ik aan de deelnemers rond mij of zij ook zo slecht kunnen remmen. Bij iedereen zijn de remblokken al afgesleten door de modder. Gewoon blijven knijpen op die krengen en hopen dat er zich nieuwe remmen vormen van aangekoekte modder. In de derde fietsronde is het tijd voor mijn pitstop. We zijn ondertussen 4 uur bezig. Op de afgesproken plek ga ik aan de kant staan zoals in de formule 1 en wordt geholpen door 3x meer helpers dan verwacht. Mijn bidons worden uit de houder genomen. Twee paar handen rijken nieuwe bidons en voeding aan, een extra hand duwt eten in mijn mond. Wat heb je nog nodig? Een propere fiets met remmen die behoorlijk werken, roep ik nog snel na.

Ook de volgende uren blijf ik bewust op reserve rijden, steeds ongeveer 1 uur en 12 minuten per ronde, waardoor ik ook in de laatste ronden alle hellingen bergop kan rijden. Het plaatsen van een zware modderband op mijn MTB bleek gelukkig goed uit te draaien op dit parcours. Mijn fietsronden worden steeds een beetje trager, maar ik blijf plaatsen opschuiven. Ronde 4 is gedaan en ik begin met meer dan een uur voor de cut-off tijd aan de laatste ronde. Ik besef in mezelf dat ik de wedstrijd uit ga doen.

De laatste ronde heb ik dan met een ontladen gevoel kunnen fietsen en er kan zelfs een plaspauze af. Ondertussen blijf ik deelnemers inhalen de ene al meer dood dan de andere. Na iets meer dan 6 uur zit het fietsen er op. Ik word verwelkomd door luide aanmoedigingen alsof ik de wedstrijd al uit gedaan heb. Jammer genoeg staat me nog 30km lopen te wachten. Gelukkig hoef ik deze niet alleen te lopen. Mijn coach staat netjes klaar in de wisselzone. Op adrenaline wil ik meteen  de wisselzone binnen stormen, maar Bert houdt me tegen. Eerst even op adem komen, lopen kan je daarna nog genoeg. Hij vertelt me terloops dat ik nog de enige Triller in de wedstrijd ben en dat alreeds 30% van de deelnemers heeft moeten opgeven. De druk om uit te doen gaat hierdoor toch weer wat omhoog.

Na een nieuw setje moddervrije kledij te hebben aangedaan en het drinken van wat warme soep beginnen we er aan. We mogen nog door de sporthal naar buiten lopen. Net op tijd want de winnaar, Seppe Odeyn, is alreeds in aantocht naar de finish. Ik start de eerste kilometers vol goede moed aan opnieuw het tempo van 4’40’’/km. Dat moet ik toch al snel laten zakken. Dan maar kijken welk tempo ik haal bij hartslag 140. Het blijkt 5’25’’/km te zijn. Het doel initieel was minstens 5’/km, het tempo van een rustig duurloopje. Ik ben al blij dat ik het huidige tempo relatief makkelijk haal en nog kan lachen. Liever zo, dan de hartslag niet meer onder controle hebben en al stervend de laatste 15km naar de finish te strompelen zoals vele kandidaten rond mij. Zwijgen of praten, vraagt Bert vanop de fiets. Praten is goed, zeg ik. Dit houdt de hartslag onder controle.
Ik had verwacht dat mijn tempo niet spectaculair zou zijn, maar in een hele zware editie van de hel draait dat toch anders uit. Het bijzondere aan de hel is dat er veel deelnemers zijn zonder specifieke ervaring in multisport en bijgevolg ook niet goed weten hoe een wedstrijd in te delen. Met de nodige ervaring haal ik de ene na de andere deelnemer in. In totaal zal ik nog ongeveer 35 plaatsen in het klassement opschuiven.

Na 5 km lopen vraagt Bert plots of ik geen chip moeten hebben rond mijn been. Die zit dus nog in de wisselzone. Kort even paniek, maar na enkele telefoontjes krijg ik mijn chip aangereikt net voor het ingaan van de laatste ronde. Ik krijg daarbij te horen dat mijn trainingsmakker nog maar enkele minuten voor mij loopt. De mentale vermoeidheid die er begon in te sluipen is meteen weg. En inderdaad, na 20 kilometer lopen heb ik hem te pakken.

Op 3 km van het einde is het conditionele bobijntje dan toch wel bijna af. Die laatste kilometers lijken eindeloos. Ik kan het tempo nog aanhouden, maar mijn pijnlijke enkel begint flink te protesteren en ook mijn rechterknie zegt dat het stilaan genoeg is. Gelukkig is het einde na 2 uur en 41 minuten lopen daar. Bij het aankomen aan de sporthal volgt het eerste applaus. Na een bedanking aan Bert mag ik via podium met de rode loper de sporthal van Kasterlee binnen lopen. Het gevoel dat daarbij hoort kan ik enkel omschrijven als euforisch. Ik heb me zelden in mijn leven zo gevoeld.

Ik moet besluiten dat ik mijn eerste deelname aan de hel goed verteerd heb. In een zware editie heb ik mijn krachten goed gespreid en heb ik toch kunnen genieten van de prestatie. Van de 378 starters haalden slechts 222 deelnemers de finish. Het waren vooral de beren met een minder atletisch figuur die in deze omstandigheden goed tot hun recht kwamen. Ik haalde de 76ste plaats. Hierbij kan wel de opmerking gemaakt worden dat ik bij mildere weersomstandigheden waarschijnlijk 100 plaatsen naar achter wordt geplaatst. Moest ik nog eens deelnemen zou ik misschien toch durven wat dieper te gaan in alle onderdelen, maar dat was het doel van deze eerste deelname zeker niet. Zit een deelname in de volgende editie er in? Moest de trainingsbelasting, niet zo hoog zijn dan teken ik onmiddellijk. Laat ik nu eerst maar wat genieten van een welverdiende kerstperiode met twee weken absolute rust.