Verslag Aarschot – Sam Van Gerwen

Aarschot – 16 Juli

Op zondag 16 juli heb ik deelgenomen aan de plastriathlon in Aarschot. Ik koos ook nu weer voor de kortste afstand als we de start-to wedstrijd buiten beschouwing laten. Hoewel dit een sprintwedstrijd is, wordt ervoor gekozen om het maximale uit de toegelaten afstanden te halen zodat de wedstrijd nog het label 1/8 kon dragen. Dit wil zeggen: 750 meter zwemmen, 27 km fietsen en 5 km lopen. Ik koester de ambitie om later deze zomer deel te nemen aan een 1/4 wedstrijd. Ik bezag deze wedstrijd daarom als een opstapje. Kwestie van de sprong naar het iets langere werk niet te groot te maken.
Enkele weken voor de wedstrijd werd ik vanuit verschillende hoeken aangeraden om het parcours van deze wedstrijd al eens te verkennen om de dag zelf niet voor verassingen te komen staan. De wedstrijden in Aarschot staan blijkbaar bekend om hun pittig parcours. Tien dagen voor de wedstrijd kwam er vanuit de organisatie nog een mail dat er verkenningstochten georganiseerd zouden worden. Extra appreciatie voor de organisatie hiervoor. Ik heb toen besloten om deze verkenning mee te nemen in een fietstocht van ongeveer 110km. Op de weg huiswaarts moest ik met de fiets nog onverwachts voorrang geven aan een auto. Ik ging vol in de remmen, maar tijd om uit de pedalen te gaan was er niet meer. Ik smakte hierdoor nogal amateuristisch tegen het asfalt. De schade leek zich echter de beperkten tot het verlies van een afsluitdop van mijn stuur en een pijnlijke pols.
De dag voor de wedstrijd had Bert nog een wisseltraining gepland. Ik ook nu weer met de fiets naar Beerse. De training startte met een enkele kilometers opwarming. Tijdens het schakelen naar de laagste versnelling gebeurde plots een doemscenario. Mijn derailleur schoot tussen mijn wiel en brak gedeeltelijk af. Vermoedelijk had de val hierboven beschreven toch meer schade aangericht dan initieel gedacht. Plots stond ik daar, een dag voor de wedstrijd, op 20km van huis zonder fiets. Ik was even redelijk moedeloos op dat ogenblik. Maar hier komt dan de deus ex machina (de goddelijk interventie) in dit verslag! Bert stelde voor dat ik zijn tijdritfits mocht gebruiken voor de wedstrijd, bracht mijn fiets naar de fietsenmaker en zette mij nadien ook nog thuis af. Deze veel te uitgebreide intro moet u dan ook lezen als een welgemeende dankbetuiging van mij aan zijn adres! Na wat afstelwerk aan de fiets eindige ik de dag met een properdere en snellere fiets dan ik de dag mee begonnen was.
Met extra motivatie reed ik de dag nadien naar Aarschot. Geen moeilijkheden bij de aanmelding en het wegzetten van de loopschoenen. Samen met Mario ben ik vervolgens naar de zwemstart gereden, 11km verderop in Rotselaar.  
De startplaats voor het zwemmen was breed zodat iedereen voldoende plek had bij het te water gaan na het startschot. Ik zwom in strakke lijn en kon mij nestelen tussen heel wat zwemmers die zwommen met wetsuit. Ik kwam na 14’15’’ uit het water. Juist achter de middenmoot. Ik moet ongeveer als 10de persoon zonder wetsuit uit het water zijn gekomen. (progressie!) Daarnaast was het ook wel leuk om vast te stellen dat mijn tempo in het zwemmen niet afzwakt naarmate de afstand iets langer wordt. Nog even meegeven dat het water een aangename 22°c warm was. Ik blijf hopen op warmer weer, zodat ik met gelijke wapens kan strijden in het zwemmen.
Het voordeel van geen wetsuit te dagen is uiteraard dat je hem nadien ook niet uit moet doen. Hierdoor kon ik makkelijk in de wissel alreeds een tiental plaatsen goed maken om als 93 van de 229 deelnemers aan het fietsen te beginnen. Zoals gewoonlijk heb ik eerst enkele kilometers nodig om in het ritme te komen. Ik zag daardoor de een na de andere concurrent mij voorbij vlammen op het vlakke aanloopstuk. Ik stelde mezelf gerust dat ik ze allemaal wel terug kon nemen met mijn kennis van het parcours. Op een enkeling na haalde ik ook mijn gelijk. Na enkele minuten voelde ik namelijk dat ik de gas kon opendraaien. Met de tijdritfiets kon ik merkbaar een constant hoger tempo aanhouden dan met mijn gewone racefiets. Ook op de zwaardere lokale ronden haalde ik daarna nog heel wat volk in. Een punt van kritiek heb ik hier wel voor de weinige gemotoriseerde controles die er werden gevoerd. Tijdens andere wedstrijden rijden die, bij wijze van spreken, om de 5 minuten een tijdlang achter je aan. In Aarschot ben ik er welgeteld twee tegengekomen. (De tweede keer kan ik  al moeilijk meetellen aangezien de motor voor mij reed bergaf en zich moest reppen omdat ik hem dreigde in te halen.) Er werd dan ook zonder schroom dicht in het wiel gehangen en aanhoudend links van de baan gereden. Het hoeft voor mij geen heksenjacht te zijn, maar enige consistentie zouden we als deelnemers toch mogen verwachten.
Ik ben geen al te beste fietser maar met een tijd van 48’47’’ op een zwaar parcours ben ik best tevreden. Dit was de 54ste tijd van alle deelnemers. Ik had hiermee toch al 39 concurrenten bijgehaald en heb hiervoor niet in iemands wiel moeten rijden. Tijden de tweede wissel heb ik nog enkele seconden staan klungelen met het wegzetten van de fiets om daarna in het lopen te vliegen. Ook hier stonden er enkele pittige hellingen op het programma. Maar met mijn ervaring in het trailrunnen weet ik wel hoe ik deze best aanval. Na ongeveer 2km kwam er iemand over mij waarbij ik het gevoel had zijn tempo wel aan te kunnen. In zijn zog liep ik een stevig tempo naar de finish. Met een tijd van 20’07” was ik zeer tevreden gezien de helling onderweg. Ik haalde tijdens het lopen nog eens 13 concurrenten in waarvan 5 in de laatste 200 meter en finishte voor enkele personen die ik dit jaar nog niet heb kunnen kloppen. Ik was dan ook tevreden over mijn wedstrijd en vond dit een zeer goed georganiseerd evenement. Uiteraard had wel graag nog wat plaatsen gestegen in de rangschikking, maar je kan nu eenmaal niet alles willen. De conclusie voor mezelf is dat de eerste opstap naar langer werk geslaagd is en dat een selectieve wedstrijd mij in principe meer zou moeten liggen.