TbT: 10 jaar geleden

Verslag Triatlon “Trille”

Ekke – Eline – Leen – Jitte

Zondag, 27 september 2009, was het zover… Neen excuseer mij, het begon al op zaterdag 26 september 2009. Die dag begon ik tegen de avond al een beetje zenuwachtig te worden aangezien ik de volgende dag zou meedoen, samen met mijn groepsleden en met papa, aan een recreatieve triatlon die zou plaatsvinden in Lille. Tegen tien uur die avond bekeek ik mijn gsm nog eens en wat zag ik: zes gemiste oproepen van Els, onze loopster. Ik belde haar terug en ze wist me te vertellen dat ze tijdens haar judokampioenschap (ook die dag) gevallen was op haar knieën en dat ze niet meer kon lopen! Aiaiai wat nu gedaan? Ik wenste haar veel beterschap en begon in mijn zenuwachtigheid al mijn sportieve vrienden op te bellen. Tegen half twaalf ’s nachts had ik dan eindelijk iemand gevonden, Leen zou onze nieuwe loopster worden. Oef zeg, met een toch een beetje minder zenuwachtig en meer gerust hartje gaan slapen…
Om te vertrekken naar Lille hadden we afgesproken aan ‘den boot’ op Linkeroever. Leen, die slechtziend is, zou met papa meerijden en Eline zou per fiets (van Kontich tot Linkeroever) komen. Eenmaal daar, konden we vertrekken. Tijdens de rit naar Lille bleek toch wel dat iedereen zenuwachtig was. Enkel papa bleef er rustig onder. Hij maakte ons enkel nog wat zenuwachtiger door bijvoorbeeld bij elke brug die we tegen kwamen op de autostrade te zeggen dat dat de brug was waarover we zouden moeten fietsen… . Ik was een hele week op zoek geweest naar een fietshelm, maar had er geen professionele gevonden waardoor Eline het zou moeten stellen met de kinderhelm van Maurits. Dat was al een eerste onderwerp waarover ze begon te zagen… “Seg, moet kik me da helmke op mijne stadsfiets tussen al die koersfietsen gaan crossen”? En papa antwoordde: “Maar nee Eline, ge gaat zeker ni de enigste zijn met een stadsfiets want het is ne recreatieve triatlon”! Oef, ne recreatieve triatlon! “Al goed” zei Eline “want sinds ik mijn brommerke heb (nu drie maanden) heb ik niet meer op de fiets gezeten”. “Ja maar” zei Leen “Ik ben ook niet voorbereid hé want ik ben nen invaller”. “Ben ik hier de enige die geoefend heeft (dacht ik)”?
In Lille aangekomen, verschoten we toch allemaal een beetje. Alle auto’s werden begeleid naar een aparte parkeerplaats en aangezien we niet bij de eersten waren, moesten we nog een heel eind te voet naar de startplaats. Ook papa zag dit niet goed zitten, want hij was toen hij bij de startplaats kwam, nog vanalles vergeten in de auto. Ondertussen begaven we ons tussen voornamelijk grote mannen van rond de twee meter die zich aan het insmeren waren met tal van doorzichtige ‘gellekes’. Ik vroeg aan papa: “ge zeit toch zeker dat het nen recreatieven triatlon is he”, waarop papa antwoordde: “ja ik vind het ook wel straf”. Na een tijdje werd duidelijk dat er veel professionele triatlonners aanwezig waren en dat wij de enige waren met een stadsfiets tussen al die dure koersfietsen.
Na alle uitleg te krijgen over de wisselzones, de temperatuur van het water, … konden we vertrekken. Ik, in Rob zijn veel te grote wetsuit, stond op de derde rij om in het water te lopen. Ik dacht dat ik me er een goed plekje had uitgekozen aangezien er nog 150 man achter mij stond en ik dus bij de eerste in het water zou belanden. Papa, die me had gewaarschuwd voor de verpletteringen die ik zou meemaken als ik bij de eerste zou vertrekken, stond vanachter. Ik, competitief ingesteld, was al aan het duwen en het trekken nog voor het startschot gegeven was. PANG… iedereen het water in… Ik, meteen een beetje in paniek aangezien het water toch kouder was dan gedacht en aangezien ik door tal van mensen achteruit getrokken werd aan mijn benen en kloppen kreeg overal op mijn lichaam. Ik kon niet meer goed ademen en ben dan maar een aantal seconden aan de benen gaan hangen van iemand voor mij zodat ik even boven water kon ademen. Toch wilde ik bij de eerste uit het water komen dus spurtte ik zo snel ik kon. Uiteindelijk kwam ik bij de eerste 50 van de 200 mensen uit het water. Doordat ik een beetje onderkoeld was, was ik een beetje ijl en vond ik niet meteen de juiste weg naar onze fietser, die ik na een eindje lopen zou moeten aftikken. Het lukte uiteindelijk en onze fietser, Eline, kon vertrekken.
Aangezien Eline bij de eersten kon vertrekken op haar stadsfiets, met haar kinderhelmpje, werd ze voorbij gestoken door 150 mensen met een koersfiets. Ze wilde natuurlijk niet afgeven en heeft geprobeerd om geen achterstand op te lopen, maar daardoor is ze te snel vertrokken waardoor ze zich letterlijk en figuurlijk kapot heeft gefietst. Doordat ze de weken ervoor niet had geoefend werd het parcours voor haar een hel. Ook mentaal kwam het haar niet ten goede aangezien iedereen haar zonder moeite voorbij croste. Inderdaad, Eline kwam als laatste aan met haar fiets en moest dan nog een eindje lopen om onze loper af te tikken. Eline had geen sportkledij bij en fietste dus in vrij normale kleding. Daarnaast had ze haar ipod in haar oren, want daardoor zou ze beter kunnen fietsen…  Toen Eline na het fietsen naar Leen liep, kwam de security haar achterna. “Meisje, je mag niet door het parcours van de wedstrijd lopen”! “Ja maar” zei een totaal bezwete Eline in haar gewone stadskledij en met de ipod half in en half uit haar oren, “ik doe mee aan de wedstrijd”!!! “Aaah” zei de security, “sorry loop dan maar verder”. Eline tikte Leen af en deze begon als laatste aan het loopparcours.
Terwijl Leen, die slechtziend is en werkelijk bijna niets ziet buiten een soort waas, aan het lopen was, maakte we ons een beetje zorgen. Zij liep als laatste en had dus helemaal niemand die voor haar kon lopen. Ze had ook het parcours niet kunnen verkennen waardoor we enkel konden hopen dat we haar nog levend zouden terug zien. Eline totaal uitgeput begon tegen mij te roepen: “Jitte, ik doe dat niet meer”! “Ik stop ermee’ “Ik kan da gene tweede keer” “We stoppen der gewoon mee”. (Nadat Leen had gelopen moesten we alle parcours nog eens afleggen, dat hoorde bij de wedstrijd). Ik (aartje naart vaartje): “Eline, opgeven is geen optie” “We moeten dieje wedstrijd volledig afleggen” “Als Leen terug is vant lopen vraag je haar om na mijn zwemmen in jouw plaats te fietsen en dan zal ik in Leen haar plaats lopen”!
Nadat Leen gelopen had, liep ik het water weer in en begon zo hard ik kon te zwemmen. Ik zag dat er nog vier mensen in het water lagen en ik stak ze allemaal voorbij. Dat gaf een goed gevoel want we waren niet meer laatst.
Toen ik aan de wisselzone kwam, vroeg ik of Leen wilde fietsen in de plaats van Eline… “Nee, Jitte, da zie kik echt ni zitten, kheb just gelopen en trouwes ik zie niks dus ik mag zelfs niet alleen fietsen, enkel op nen tandem ben kik verzekerd…” Mijn competitieve kant kwam weer naar boven… Ik smeet mijn badmuts op de grond en zette het kinderhelmpje op. Omdat ik de zwemmer was, had ik ook geen schoeisel of een fietserspak. Er zat dus niets anders op dan in mijn te grote wetsuit vol water op mijn blote voeten op de stadsfiets te kruipen om vervolgens op die manier de vijftien km af te leggen. Ik begon eraan en zag dat papa, die een vijftal minuten voor ons lag zijn schoenen nog aan het aandoen was. Ik was dus weg met de fiets voor hem, maar dat duurde niet lang. Na een vijftal minuten croste hij me voorbij en stak hij zijn hand op: “Jow Jitte”. Ondertussen riep ik naar papa: “Eline heeft opgegeven, ik fiets in haar plaats”. Papa zat duidelijk goed in de wedstrijd want croste door en vertraagde niet echt om naar mijn uitleg van op dat moment te luisteren. Tijdens het fietsen ontdekte ik een ongelooflijk toffe sfeer. Al het volk uit de gemeente Lille zat voor hun huis om te supporteren. Ik zag er een beetje gek uit en dus klapten ze voor mij als ik langs reed. Een man riep vanaf de kant naar mij: “Juffrouwke, ’t scholeke is nog ni begonnen ze”! Ik denk dat hij het over mijn helmpje had. Ik wist dat ik goed bezig was want ik had met de stadsfiets een koersfiets voorbij gestoken en op een bepaald moment zag ik papa weer, dus ik wist dat ik niet zover kon achterliggen. Ik heb dan ook alles gegeven dat ik in me had. Ik kwam een vijftal minuten na papa aan en tikte Leen af, die het parcours opnieuw wilde afleggen.
Uiteindelijk wachtten Eline en ik Leen op en liepen we de laatste honderd meter samen door de finish. Ons groepje eindigde laatst van de trio’s en papa eindigde laatst in zijn categorie. We hebben enorm veel plezier gehad en genoten daarna van de commentaren van andere triatlonners… Zij kwamen vragen hoe we de triatlon op zo’n gekke manier hadden kunnen beëindigen. Als troostprijs kregen we nog wat koekjes en drankjes, dat maakte het helemaal geslaagd. Papa zei tegen een meneer, die hij volgens mij kende van een andere triatlon: “Ik dacht dat ne recreatieve triatlon was”! “Och” zei de meneer “Recreatief, da bestaat al lang ni meer”!
We hebben van een ongelooflijk toffe sport mogen proeven in een ongelooflijk toffe sfeer en we gaan het zeker niet opgeven. Volgend jaar zijn we er weer bij en wie weet strijden we dan allemaal tegen elkaar. Ik zie het zelf wel zitten om alleen deel te nemen in plaats van in de vorm van trio’s. Ik heb er een goed gevoel aan overgehouden, maar spijtig genoeg ook een klein keelontstekingske! Gelukkig heb ik nu drie dagen verlof zodat ik volledig kan bekomen van dit sportieve avontuur….
Hopelijk hebben jullie de triatlon nu ook een beetje kunnen meemaken… volgende keer misschien in het echt, dat is nog grappiger :-)!
Groetjes,
Jitte